Betekenis van:
pensioen
pensioen (het ~ | meervoud pensioenen)
Zelfstandig naamwoord
- uitkering na beëindiging v.d. loopbaan; pensioen voor ouderen
"een pensioen van [30.000 frank/1.500 gulden per maand]"
"zijn pensioen opbouwen"
Synoniemen
Hyperoniemen
pensioen
Zelfstandig naamwoord
- loon uitgesteld tot de tijd dat men niet langer actief is op de arbeidsmarkt
pensioen
Zelfstandig naamwoord
- het gepensioneerd worden
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- De oude man leeft van zijn pensioen.
- Mijn vader ging op 65 jarige leeftijd met pensioen.
- Wie zal het van Cynthia overnemen wanneer zij met pensioen gaat?
- Hij is op pensioen, maar hij is nog steeds een echte leider.
- Pensioen
- Pensioen
- Soort pensioen
- Voor pensioen
- gedeeltelijk pensioen,
- Aanvrager van een pensioen
- Nummer van het pensioen: …
- Een pensioen wordt toegekend.
- Aanvrager van een pensioen
- ontvangt geen pensioen
- Pensioen- of rentenummer (16): …