Betekenis van:
pensioen

pensioen (het ~ | meervoud pensioenen)
Zelfstandig naamwoord
  • uitkering na beëindiging v.d. loopbaan; pensioen voor ouderen
"een pensioen van [30.000 frank/1.500 gulden per maand]"
"zijn pensioen opbouwen"

Synoniemen

Hyperoniemen

pensioen
Zelfstandig naamwoord
  • loon uitgesteld tot de tijd dat men niet langer actief is op de arbeidsmarkt
pensioen
Zelfstandig naamwoord
  • het gepensioneerd worden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. De oude man leeft van zijn pensioen.
  2. Mijn vader ging op 65 jarige leeftijd met pensioen.
  3. Wie zal het van Cynthia overnemen wanneer zij met pensioen gaat?
  4. Hij is op pensioen, maar hij is nog steeds een echte leider.
  5. Pensioen
  6. Pensioen
  7. Soort pensioen
  8. Voor pensioen
  9. gedeeltelijk pensioen,
  10. Aanvrager van een pensioen
  11. Nummer van het pensioen: …
  12. Een pensioen wordt toegekend.
  13. Aanvrager van een pensioen
  14. ontvangt geen pensioen
  15. Pensioen- of rentenummer (16): …