Betekenis van:
pensionering

pensionering (de ~ | meervoud pensioneringen)
Zelfstandig naamwoord
  • het gepensioneerd worden
"na haar pensionering is zij buiten gaan wonen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Pensionering.
  2. Hoofdreden voor pensionering of vervroegde uittreding
  3. vervroegde uittreding uit de visserijsector, met inbegrip van vervroegde pensionering;
  4. „een landbouwer die vanwege zijn pensionering geen landbouwactiviteiten meer uitoefent”.
  5. extra voordelen vergelijkbaar met die van de overheidsdiensten, zoals pensionering op 60 jaar;
  6. Dit verbod blijft ook na overplaatsing, beëindiging van de dienst of pensionering van kracht.
  7. Ja, maar niet in het kader van een regeling voor geleidelijke pensionering/deeltijdpensioen
  8. Kenmerken van de speciale module 2006 over de overgang van werk naar pensionering
  9. De betrokkene verminderde zijn/haar aantal werkuren als stap naar volledige pensionering
  10. Ja, in het kader van een regeling voor geleidelijke pensionering/deeltijdpensioen
  11. vanaf de leeftijd van 55 jaar, gedurende de laatste vijf jaar voorafgaand aan de pensionering.
  12. een beschrijving van de nationale regelingen voor pensionering en vervroegde uittreding,
  13. de kosten van sociale uitkeringen die ontstaan door de pensionering van werknemers vooraleer deze de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt;
  14. Voorts zijn er problemen met vervroegde-uittredingsregelingen, die een alternatieve maar dure voorbereiding op de pensionering vormen.
  15. Pensioenfondsen zijn afzonderlijke fondsen die zijn opgezet om specifieke groepen werknemers bij pensionering een inkomen te bezorgen.