Betekenis van:
pensionering
pensionering (de ~ | meervoud pensioneringen)
Zelfstandig naamwoord
- het gepensioneerd worden
"na haar pensionering is zij buiten gaan wonen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Pensionering.
- Hoofdreden voor pensionering of vervroegde uittreding
- vervroegde uittreding uit de visserijsector, met inbegrip van vervroegde pensionering;
- „een landbouwer die vanwege zijn pensionering geen landbouwactiviteiten meer uitoefent”.
- extra voordelen vergelijkbaar met die van de overheidsdiensten, zoals pensionering op 60 jaar;
- Dit verbod blijft ook na overplaatsing, beëindiging van de dienst of pensionering van kracht.
- Ja, maar niet in het kader van een regeling voor geleidelijke pensionering/deeltijdpensioen
- Kenmerken van de speciale module 2006 over de overgang van werk naar pensionering
- De betrokkene verminderde zijn/haar aantal werkuren als stap naar volledige pensionering
- Ja, in het kader van een regeling voor geleidelijke pensionering/deeltijdpensioen
- vanaf de leeftijd van 55 jaar, gedurende de laatste vijf jaar voorafgaand aan de pensionering.
- een beschrijving van de nationale regelingen voor pensionering en vervroegde uittreding,
- de kosten van sociale uitkeringen die ontstaan door de pensionering van werknemers vooraleer deze de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt;
- Voorts zijn er problemen met vervroegde-uittredingsregelingen, die een alternatieve maar dure voorbereiding op de pensionering vormen.
- Pensioenfondsen zijn afzonderlijke fondsen die zijn opgezet om specifieke groepen werknemers bij pensionering een inkomen te bezorgen.