Betekenis van:
pijpen

pijpen
Werkwoord
  • een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak
"Hij pakte zijn zakpijp en pijpte een vrolijk deuntje."
pijpen
Werkwoord
  • (een man) met de mond bevredigen; fluiten
"naar iemands pijpen dansen"

Synoniemen

Hyperoniemen

pijpen
Werkwoord
  • orale seks bedrijven
pijpen
Werkwoord
  • (''Limburg'') roken.
pijp (de ~ | meervoud pijpen)
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.e. broek dat om het been gaat; pijp v.e. broek
"lange/korte pijpen"
"nauwe/wijde pijpen"

Synoniemen

Hyperoniemen

pijp (de ~ | meervoud pijpen)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument om tabak te roken; kleine tabakspijp
"een pijp stoppen"
"een Goudse/Turkse pijp"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Pijpen
  2. buizen en pijpen
  3. Pijpen en pijpenkoppen
  4. Buizen en pijpen van aluminium, gelegeerd
  5. Buizen en pijpen van aluminium, niet-gelegeerd
  6. Bochtstukken, T-stukken en fittingen voor pijpen
  7. Buizen en pijpen van aluminium, niet-gelegeerd
  8. Buizen, pijpen en holle profielen, van gietijzer
  9. CPA 24.51.20: Buizen, pijpen en holle profielen, van gietijzer
  10. Sigaren- en sigarettenpijpjes en delen daarvan, delen van pijpen
  11. ebauchons van pijpen, van hout of van wortel
  12. Buizen en pijpen, naadloos, met rond profiel, koud getrokken of koud gewalst, van ander staal dan roestvrij staal (exclusief precisiebuizen en pijpen)
  13. Ten aanzien van het eindgebruik van OCTG-buizen en -pijpen werd vastgesteld dat sommige van deze buizen en pijpen uitwisselbaar zijn met andere niet-gelegeerde stalen buizen.
  14. CPA 24.45.24: Buizen en pijpen, alsmede fittings voor buisleidingen, van nikkel
  15. artikelen bedoeld bij post 9606 (bijvoorbeeld knopen) en bedoeld bij post 9614 (bijvoorbeeld pijpen);