Betekenis van:
pink

pink (de ~ | meervoud pinken)
Zelfstandig naamwoord
  • vijfde, kleinste vinger van de hand
"(erg) bij de pinken zijn"

Hyperoniemen

pink
Zelfstandig naamwoord
  • gedeelte van een handschoen deze vinger bedekt

Hyperoniemen

pink (de ~ | meervoud pinken)
Zelfstandig naamwoord
  • eenjarig kalf

Hyperoniemen

pink
Zelfstandig naamwoord
  • platbodemd vissersvaartuig met ronde, brede boeg

Hyperoniemen

pink
Zelfstandig naamwoord
  • de vijfde, kleinste en buitenste vinger
pink
Zelfstandig naamwoord
  • een éénjarig kalf dat nog alle melktanden heeft
pink
Zelfstandig naamwoord
  • een type vissersvaartuig

Werkwoord