Betekenis van:
pink
pink (de ~ | meervoud pinken)
Zelfstandig naamwoord
- vijfde, kleinste vinger van de hand
"(erg) bij de pinken zijn"
Hyperoniemen
pink
Zelfstandig naamwoord
- de vijfde, kleinste en buitenste vinger
pink
Zelfstandig naamwoord
- een éénjarig kalf dat nog alle melktanden heeft
pink
Zelfstandig naamwoord
- een type vissersvaartuig
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Pink (= pandalid) shrimps
- Een volledige handpalmafdrukrecordreeks voor een individu bevat normaliter de beelden van de zijkant van de hand (het deel onder de pink) en de volledige handpalm van elke hand.
- Deze reeks omvat de zijkant van de hand (het deel onder de pink) als gescand beeld, en de volledige handpalm, gaande van de pols tot de vingertippen in een of twee gescande beelden.