Betekenis van:
kalf

kalf (het ~ | meervoud kalveren)
Zelfstandig naamwoord
  • het jong v.e. koe
"vetgemeste kalveren"
"een nuchter kalf"

Hyperoniemen

kalf
Zelfstandig naamwoord
  • jong van het rund en sommige andere zoogdieren
kalf
Zelfstandig naamwoord
  • een horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht
kalf (het ~ | meervoud kalveren)
Zelfstandig naamwoord
  • loodrechte balk; dwarshout

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. te lezen „De Veau d’Aveyron et du Ségala is een zwaar kalf.
  2. in plaats van „Het kalf heeft bij slachting een levend gewicht van 250 tot 420 kg.
  3. Op bedrijven waaraan overeenkomstig artikel 1 toestemming is verleend, moeten de oormerken ten laatste worden aangebracht wanneer het kalf:
  4. Een kenmerk: de gezamenlijke houderij van moeder en kalf, gecombineerd met een gewichtstimulerend graandieet vanaf de geboorte.
  5. De stallen voor kalveren moeten zo zijn gebouwd dat elk kalf zonder problemen kan liggen, rusten, opstaan en zich likken.
  6. Het dier wordt geslacht op een gemiddelde leeftijd van 8 maanden en heeft dan een karkasgewicht van 170 tot 250 kg (tegen 130 voor een normaal kalf)”,
  7. De breedte van elk individueel hok moet ten minste gelijk zijn aan de schofthoogte van het kalf, gemeten terwijl het dier rechtop staat, en de lengte moet ten minste gelijk zijn aan de lengte van het kalf, gemeten van de neuspunt tot aan de achterkant van de zitbeenknobbel (tuber ischii) en vermenigvuldigd met 1,1.
  8. De lidstaat kan bepalen dat, indien het om een kalf gaat dat bij het slachten of de uitvoer minder dan zes maanden oud is, aan de in artikel 130, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 gestelde voorwaarde met betrekking tot het gewicht wordt geacht te zijn voldaan.