Betekenis van:
ezel

ezel (de ~ | meervoud ezels)
Zelfstandig naamwoord
  • paardachtig dier; ezel, eenhoevig dier uit het geslacht van de paarden
"een ezel stoot zich in 't algemeen geen tweemaal aan dezelfde steen"
"Kaapse ezel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ezel
Zelfstandig naamwoord
  • ''Equus asinus'', paardachtig dier met lange oren
"De ezel was continu aan het balken."
ezel
Zelfstandig naamwoord
  • domkop
"Je bent een ezel omdat je de sleutel bent verloren."
ezel
Zelfstandig naamwoord
  • steunmeubel, schildersezel
"De schilder had het doek op zijn ezel gezet."
ezel (de ~ | meervoud ezels)
Zelfstandig naamwoord
  • hulpmiddel voor de schilder; steun voor doek bij het schilderen
"op een ezel staan"

Synoniemen

Hyperoniemen

ezel
Zelfstandig naamwoord
  • de voorste hanger van een windmolen waaraan de vangbalk vooraan met een scharnierpunt vastzit

Werkwoord