Betekenis van:
hals

hals (de ~ | meervoud halzen)
Zelfstandig naamwoord
  • smalle bovenste gedeelte
"de hals van een viool/gitaar"
"de hals van een fles"

Hyperoniemen

hals (de ~ | meervoud halzen)
Zelfstandig naamwoord
  • opening voor de nek in kledingstukken
"een laag uitgesneden hals"
"een wijde hals"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hals
Zelfstandig naamwoord
  • nauw gedeelte van het lichaam dat het hoofd met de romp verbindt
hals
Zelfstandig naamwoord
  • gedeelte van een kledingstuk waar men de hals door steekt
hals
Zelfstandig naamwoord
  • goedaardig, onnozel mens
hals
Zelfstandig naamwoord
  • op een hals lijkend deel van een voorwerp

Werkwoord