Betekenis van:
plassen

plassen
Werkwoord
  • urineren, wateren
"Hij heeft per ongeluk in zijn broek geplast."
plassen
Werkwoord
  • plassen; plassen; wateren; plassen; wateren; plassen
"tegen een boom plassen"
"in je bed plassen"

Synoniemen

Hyperoniemen

plassen
Werkwoord
  • terechtkomen in; spatten veroorzaken; met water spelen; doen spatten
"met een bootje in de teil plassen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plas (de ~ | meervoud plassen)
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid vloeistof
"een plas bloed"

Hyperoniemen

plas (de ~ | meervoud plassen)
Zelfstandig naamwoord
  • natuurlijk, stilstaand waterbekken van niet te grote omvang

Synoniemen

Hyperoniemen