Betekenis van:
pluim

pluim
Zelfstandig naamwoord
  • een veer
"Hij heeft een pluim op zijn hoed."
pluim
Zelfstandig naamwoord
  • een compliment
"Ik gaf hem een pluim voor al zijn werk."
pluim
Zelfstandig naamwoord
  • een bepaalde bloeiwijze
"Deze plant heeft pluimen in het voorjaar."
pluim (de ~ | meervoud pluimen)
Zelfstandig naamwoord
  • uiting van waardering; compliment
"iemand een pluim op de hoed steken"
"iemand een pluim geven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pluim
Zelfstandig naamwoord
  • grote veer

Synoniemen

Hyperoniemen

pluim
Zelfstandig naamwoord
  • bloeiwijze met verlengde hoofdas en vertakte zijassen

Hyperoniemen

pluim
Zelfstandig naamwoord
  • langharige staart

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord