Betekenis van:
staart

staart (de ~ | meervoud staarten)
Zelfstandig naamwoord
  • haal/streep aan geschreven tekens; haal of streep aan sommige letters, cijfers of muzieknoten
"de staart van de 9, de 7"

Synoniemen

Hyperoniemen

staart (de ~ | meervoud staarten)
Zelfstandig naamwoord
  • het achterste uiteinde van een dier, vooral het verlengstuk van de ruggegraat bij viervoetige dieren
"dat muisje zal een staartje hebben"
"met de staart tussen de benen afdruipen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

staart (de ~ | meervoud staarten)
Zelfstandig naamwoord
  • bos samengebonden haar
"in een staart"

Hyperoniemen

staart
Zelfstandig naamwoord
  • een bundel lang haar
"Zij draagt haar haar in een staart."
staart
Zelfstandig naamwoord
  • Bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart draagt
"Kunnen die staarten van hiernaast de muziek niet wat zachter zetten."
staart (de ~ | meervoud staarten)
Zelfstandig naamwoord
  • laatste stuk van iets; achterste/laatste stuk van iets
"de staart van een [vliegtuig]"

Synoniemen

Hyperoniemen

staart (de ~ | meervoud staarten)
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.e. komeet

Hyperoniemen

staart
Zelfstandig naamwoord
  • een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
staart
Zelfstandig naamwoord
  • het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
staart
Zelfstandig naamwoord
  • onaangename nawerking

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord