Betekenis van:
stok

stok (de ~ | meervoud stokken)
Zelfstandig naamwoord
  • lang stuk hout
"alle gekheid op een stokje"
"met de kippen op stok gaan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stok
Zelfstandig naamwoord
  • kaarten die na het rondgeven overblijven en waarvan men nemen of kopen kan

Hyperoniemen

stok
Zelfstandig naamwoord
  • langwerpig voorwerp om te stoten, slaan, aanraken, aangeven ''(van toon)'', steken of prikken
stok
Zelfstandig naamwoord
  • strookje van geldswaardige of andere papieren dat voor controle achterblijft in het boekje waaruit men het papier heeft genomen

Synoniemen

Hyperoniemen

stok
Zelfstandig naamwoord
  • haal/streep aan geschreven tekens; haal of streep aan sommige letters, cijfers of muzieknoten

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord