Betekenis van:
rechtvaardigen

rechtvaardigen
Werkwoord
  • billijken; goedkeuren; vergoelijken; goedpraten; rekenschap afleggen; legaliseren
"de hoge kosten rechtvaardigen"
"een voorstel rechtvaardigen met een argument"

Synoniemen

Hyperoniemen

rechtvaardigen
Werkwoord
  • onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
"Ik kan die buitengewone uitgaven niet rechtvaardigen."