Betekenis van:
rolstoel

rolstoel (de ~ | meervoud rolstoelen)
Zelfstandig naamwoord
  • invalidenwagentje; stoel op wielen voor gehandicapten
"in een rolstoel zitten"
"een elektrische rolstoel"

Synoniemen

Hyperoniemen

rolstoel
Zelfstandig naamwoord
  • een vervoermiddel voor mensen die slecht ter been zijn

Voorbeeldzinnen

  1. „Plaats gereserveerd voor een rolstoel.
  2. In voorwaartse richting bij een gecombineerd beveiligingssysteem voor de rolstoel en de rolstoelgebruiker
  3. op het veiligheidssysteem zelf wordt een kracht uitgeoefend van 250 ± 20 daN per rolstoel;
  4. Rolstoel naar achteren gericht tegen de steun of de rugleuning plaatsen en vastzetten op de rem.”.
  5. „rolstoelgebruiker” een persoon die zich vanwege een ziekte of handicap in een rolstoel voortbeweegt; 2.23.
  6. In voorwaartse richting bij een afzonderlijk beveiligingssysteem voor de rolstoel en de rolstoelgebruiker
  7. de steun of rugleuning is zo ontworpen dat de wielen of de achterzijde van de rolstoel tegen de steun of rugleuning rusten om te voorkomen dat de rolstoel kantelt;
  8. WP (kg) het aantal rolstoelruimten is, vermenigvuldigd met 250 kg (vertegenwoordigt de massa van een rolstoel met gebruiker);
  9. Leuningen, gangen en gangpaden, deuropeningen en deuren moeten de verplaatsing van een persoon in een rolstoel gemakkelijk maken.
  10. Voor berekeningen wordt de massa van de rolstoel, inclusief de gebruiker ervan, geacht 100 kg te bedragen.
  11. Aangenomen mag worden dat reizigers met beperkte mobiliteit door hun medereizigers of door het personeel hierbij geholpen worden en dat rolstoelgebruikers de rolstoel achterlaten.
  12. Een rolstoelgebruiker die in een rolstoel zit, vergroot de totale lengte met 50 mm en beslaat een hoogte van 1350 mm boven de grond.
  13. de steun of de rugleuning van de zitplaatsenrij vóór de rolstoelruimte is bestand tegen een kracht van 250 ± 20 daN per rolstoel.
  14. Omboordsels en apparatuur om de rolstoel vast te zetten (bevestigingsmechanismen) voldoen aan de voorschriften in Richtlijn 77/541/EEG en het desbetreffende deel van ISO-norm 10542.
  15. Wanneer de zitplaatsen volgens de voorschriften met een veiligheidssysteem voor de passagiers moeten zijn uitgerust, is in elke rolstoelruimte een veiligheidssysteem voor de rolstoel en de gebruiker ervan aangebracht.