Betekenis van:
rondlopen

rondlopen
Werkwoord
een gesloten kromme lopend volmaken
"Ze zijn al drie keer rondgelopen en moeten nog twee rondjes."
rondlopen
Werkwoord
herhaaldelijk ongericht lopen door een bepaald gebied
"Er lopen daar vaak een paar reeën rond."
rondlopen
Werkwoord
piekeren over
"hij is de grootste idioot die er op aarde rondloopt"
"ergens rondlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

rondlopen
Werkwoord
in allerlei richtingen lopen

Synoniemen

Hyperoniemen

rondlopen
Werkwoord
in een kring lopen

Synoniemen

Hyperoniemen