Betekenis van:
ros

ros
Zelfstandig naamwoord
  • een rijpaard
"Het ros had zijn been gebroken."
ros (het ~ | meervoud rossen)
Zelfstandig naamwoord
  • groot viervoetig rij-, trek- en lastdier
"het stalen ros"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ros (de ~ | meervoud rossen)
Zelfstandig naamwoord
  • paard; boosaardige vrouw

Synoniemen

Hyperoniemen

ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • roodachtig
"Er is een rosse kleur in gebruikt."
ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
"De rosse buurt van Amsterdam is wereldberoemd."
ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • roodachtig van haar; roodachtig
"de rosse buurt"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord