Betekenis van:
ros

ros
Zelfstandig naamwoord
  • een rijpaard
"Het ros had zijn been gebroken."
ros (het ~ | meervoud rossen)
Zelfstandig naamwoord
  • groot viervoetig rij-, trek- en lastdier
"het stalen ros"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ros (de ~ | meervoud rossen)
Zelfstandig naamwoord
  • paard; boosaardige vrouw

Synoniemen

Hyperoniemen

ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • roodachtig
"Er is een rosse kleur in gebruikt."
ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
"De rosse buurt van Amsterdam is wereldberoemd."
ros
Bijvoeglijk naamwoord
  • roodachtig van haar; roodachtig
"de rosse buurt"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Dit is een ros.
  2. De return on sales (RoS), de return on equity (RoE) en de return on assets (RoA) waren alle negatief en waren in de periode 2001-2003 voortdurend verslechterd.