Betekenis van:
knol

knol (de ~ | meervoud knollen)
Zelfstandig naamwoord
  • verdikt, vlezig stengel- of worteldeel
"zich knollen voor citroenen laten verkopen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

knol
Zelfstandig naamwoord
  • koolraap, een eetbare wortel van een plant uit het geslacht ''Brassica''
"We hebben gisteren een knolletje gegeten."
knol
Zelfstandig naamwoord
  • een aftands werkpaard
"En [dit was] niet zomaar een knol, maar Roccinant, het paard van Don Quichot."
knol (de ~ | meervoud knollen)
Zelfstandig naamwoord
  • gat in een sok

Hyperoniemen

Hyponiemen

knol (de ~ | meervoud knollen)
Zelfstandig naamwoord
  • paard; boosaardige vrouw

Synoniemen

Hyperoniemen

knol
Zelfstandig naamwoord
  • een verdikte wortelstok waarin een plant voedsel opslaat