Betekenis van:
schaden

schaden
Werkwoord
  • iets of iemand schade toebrengen
"Hij schaadde dat prachtige monument."
schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
  • nadeel
"schade aanrichten/veroorzaken"
"de schade (op iemand) verhalen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
  • aantasting
"geringe schade"
"schade lijden/ondervinden"

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Gebrek aan beweging kan de gezondheid schaden.
  2. Het belangrijkste is niet te schaden
  3. (kan de vruchtbaarheid schaden),
  4. (kan de vruchtbaarheid schaden),
  5. (kan het ongeboren kind schaden),
  6. (kan het ongeboren kind schaden),
  7. Brutobetalingen aan schaden in het lopende boekjaar
  8. wezenlijke nationale veiligheidsbelangen zou schaden, of
  9. Brutobetalingen in verband met schaden in het lopende boekjaar
  10. Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden
  11. Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (+/-)
  12. de wezenlijke nationale veiligheidsbelangen van de aangezochte lidstaat zou schaden,
  13. Belangenconflicten die de belangen van een cliënt kunnen schaden
  14. een raming van de premies of bijdragen en de schaden;
  15. Aandeel van herverzekeraars in de brutobetalingen in verband met schaden