Betekenis van:
schol

schol (de ~ | meervoud schollen)
Zelfstandig naamwoord
  • platte zeevis
"gebakken schol"

Hyperoniemen

schol (de ~ | meervoud schollen)
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.d. aardkorst; deel van de aardkorst

Synoniemen

Hyperoniemen

schol (de ~ | meervoud schollen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk drijfijs; ijsschots

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Schol
  2. Schol
  3. Soort Schol
  4. Jonge schol
  5. Soort schol
  6. Tong, schol
  7. Lange schol
  8. van schol (Pleuronectes platessa)
  9. Kabeljauw, wijting, schol en schar
  10. Wijting, kabeljauw, kever, schol, Engelse poon, zeekarper, rode mul
  11. inzake de stopzetting van de visserij op schol door vaartuigen die de vlag van België voeren
  12. Bladzijde 57, bijlage I A, Soort: Schol (Pleuronectes platessa), in zone IIa (EG-wateren), IV:
  13. Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte ≥ 100 en < 120 mm, met vangstcijfers in het verleden van minder dan 5 % kabeljauw en meer dan 60 % schol
  14. Een vaartuig waaraan op grond van deze bepaling extra dagen zijn toegewezen, mag nooit meer dan 5 % aan respectievelijk kabeljauw, tong en schol aan boord houden.
  15. tot vaststelling van een verbod op de visserij op schol in het Skagerrak door vaartuigen die de vlag van Nederland voeren