Betekenis van:
plaat

plaat
Zelfstandig naamwoord
  • ''meestal verkleinwoord'': een afbeelding, meestal gedrukt door gravering op een metaalplaat
"Dit boek heeft mooie 'plaatjes."
plaat
Zelfstandig naamwoord
  • een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of hout
"Kunt u mij die plaat metaal even aangeven?"
plaat
Zelfstandig naamwoord
  • een muzieknummer
"De plaat stond in de hitlijsten."
plaat (de ~ | meervoud platen)
Zelfstandig naamwoord
  • grammofoonplaat; geluidsdrager van kunsthars; schijf van vinyl met een geluidsopname
"platen draaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

plaat (de ~ | meervoud platen)
Zelfstandig naamwoord
  • gedrukte afbeelding; afbeelding op papier of karton; gedrukte afbeelding
"plaatjes schieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

plaat (de ~ | meervoud platen)
Zelfstandig naamwoord
  • plat, hard, dun stuk van een bepaalde stof
"de plaat poetsen"
"het is een druppel op een gloeiende plaat"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plaat (de ~ | meervoud platen)
Zelfstandig naamwoord
  • verheffing van de bodem onder water
"Het schip liep vast op een plaat."

Synoniemen

Hyperoniemen

plaat (de ~ | meervoud platen)
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.d. aardkorst; deel van de aardkorst
"tektonische plaat"

Synoniemen

Hyperoniemen