Betekenis van:
filter

filter (de/het ~ | meervoud filters)
Zelfstandig naamwoord
  • poreus voorwerp of voorwerp met gaatjes dat gassen of vloeistoffen doorlaat en tegelijk zuivert
"een mechanisch filter"
"een papieren filter om koffie mee te zetten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

filter
Zelfstandig naamwoord
  • een voorwerp met kleine gaatjes waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
"Met zo'n filter krijg je deze rommel zeker uit het water."
filter (de/het ~ | meervoud filters)
Zelfstandig naamwoord
  • sigaret met filter; onderdeel v.e. sigaret
"sigaretten zonder filter"

Synoniemen

Hyperoniemen

filter
Zelfstandig naamwoord
  • stelsel van condensatoren en spoelen dat alleen trillingen van bepaalde frequentie doorlaat

Hyperoniemen

Hyponiemen

filter
Zelfstandig naamwoord
  • toestel met filter:1 als wezenlijk onderdeel

Hyperoniemen

filter
Zelfstandig naamwoord
  • gekleurd glas of gekleurde vloeistof om bepaalde kleuren van het licht tegen te houden

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. filter,
  2. filter,
  3. verwarmd filter;
  4. UV-FILTER
  5. Verwarmd filter
  6. LPG-filter,
  7. CNG-filter,
  8. LPG-filter
  9. CNG-filter
  10. Verwarmd filter
  11. Klep en filter
  12. Filtering met Bessel-filter
  13. Distilleer-, filter- en rectificeertoestellen
  14. LPG-filter(s) (1):
  15. UV-filter/UV-absorber