Betekenis van:
schonk

schonk (de ~ | meervoud schonken)
Zelfstandig naamwoord
  • grof been, bot

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Tom schonk zichzelf een glas whisky in.
  2. Niemand schonk aandacht aan zijn waarschuwing.
  3. Hij schonk melk in zijn tea en roerde het.