Betekenis van:
smaad

smaad (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • beledigingen; het kwaad of slecht spreken van iemand
"iemand smaad aandoen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Smaad of weerspannigheid jegens een vertegenwoordiger van het overheidsgezag
  2. Het Satellietcentrum verleent bijstand aan werknemers die, uit hoofde van hun hoedanigheid of werkelijke taken bij het Satellietcentrum en buiten hun schuld, bedreigingen, beschimpingen, smaad of schade ondervinden.
  3. Het Agentschap verleent bijstand aan de tijdelijke functionaris, inzonderheid bij rechtsvervolgingen van hen die zich hebben schuldig gemaakt aan bedreigingen, grove beledigingen, beschimpingen, smaad of vergrijpen tegen persoon of goed, waaraan hijzelf of de leden van zijn gezin uit hoofde van zijn hoedanigheid en zijn functie blootstaan.