Betekenis van:
smeren

Werkwoord

smeren
de wrijving tussen bewegende delen verminderen met een olie of vet
"Ik moet dat scharnier eens smeren, want het piept."
smeren
proberen om te kopen
"Dat geld was bedoeld voor het smeren van de onderhandelaars."
smeren
met een zachte massa bestrijken
"De boterhammen moeten nog gesmeerd worden."
smeren
met vet of olie bewerken; soepeltjes
"een fietsketting/scharnier smeren"
"de motor/deur smeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

smeren
'''m ~'' snel weggaan, wegvluchten
"De dief was 'm gesmeerd."
smeren
van vettigheid voorzien
"brood/boterhammen smeren"

Hyperoniemen

smeren
smerend uitspreiden
"boter/jam/pindakaas op brood smeren"
"boter aan de galg smeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

smeren
zich laten uitsmeren

Hyperoniemen

Werkwoord