Betekenis van:
spraakgebrek

spraakgebrek (het ~ | meervoud spraakgebreken)
Zelfstandig naamwoord
  • stoornis in het spraakvermogen
"een spraakgebrek hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

spraakgebrek
Zelfstandig naamwoord
  • een spreekstoornis