Betekenis van:
stoven
stoven
Werkwoord
- over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden
"Lust je gestoofde peertjes?"
stoof (de ~ | meervoud stoven)
Zelfstandig naamwoord
- kastje ter verwarming v.d. voeten
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
- Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen
- Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen
- Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven van citrusvruchten verkregen, met een suikergehalte van meer dan 13 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten, andere dan gehomogeniseerde bereidingen