Betekenis van:
stoven

stoven
Werkwoord
  • over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden
"Lust je gestoofde peertjes?"
stoven
Werkwoord
  • voedsel bereiden
"vis stoven"
"iemand een kool stoven"

Hyperoniemen

stoof (de ~ | meervoud stoven)
Zelfstandig naamwoord
  • kastje ter verwarming v.d. voeten

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
  2. Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen
  3. Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen
  4. Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven van citrusvruchten verkregen, met een suikergehalte van meer dan 13 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten, andere dan gehomogeniseerde bereidingen