Betekenis van:
talen
taal (de ~ | meervoud talen)
Zelfstandig naamwoord
- het systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan
"taal noch teken (ontvangen/geven)"
"een taal spreken/beheersen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
taal (de ~ | meervoud talen)
Zelfstandig naamwoord
- mondelinge of schriftelijke mededeling in taal
"gezwollen taal"
"gepeperde taal (uitslaan)"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Hij spreekt 10 talen.
- Hij spreekt 10 talen.
- Ik hou van vreemde talen.
- Ik leer graag oude talen.
- Jorge kan vier talen spreken.
- Engels en Duits zijn twee verwante talen.
- Talen zijn aan voortdurende verandering onderhevig.
- Ze vroeg me hoeveel talen ik sprak.
- Welke talen spreekt men in België?
- Over vreemde talen gesproken, spreek jij Frans?
- Ik vroeg me alleen af welke talen jij allemaal spreekt.
- Dat is waanzinnig! Jouw moeder spreekt zes talen?
- Veel talen lenen woorden uit de Engelse woordenschat.
- Chinees en Italiaans zijn de mooiste talen ter wereld.
- Je mag schrijven in welke taal je maar wilt. Hier op Tatoeba zijn alle talen gelijk.