Betekenis van:
teen
teen (de ~ | meervoud tenen)
Zelfstandig naamwoord
- elk v.d. tien uitsteeksels aan de voet
"op z'n tenen lopen"
"je tenen krommen van [schaamte/zenuwen]"
Hyperoniemen
Hyponiemen
teen (de ~ | meervoud tenen)
Zelfstandig naamwoord
- los stukje uit een bolletje knoflook
"een teentje knoflook"
Synoniemen
Hyperoniemen
teen
Zelfstandig naamwoord
- vingers van de voet
teen
Zelfstandig naamwoord
- iets wat op een teen lijkt
Voorbeeldzinnen
- Teen (tenen)
- Handen en voeten (vinger, teen, hand, voet)
- zitmeubelen van teen, van rotting, van bamboe of van dergelijke stoffen– en omgevormd
- zonder binnenzool en met een binnenlengte van minder dan 24 cm, gemeten van teen tot hiel
- meubelen van andere stoffen, teen, rotting en bamboe daaronder begrepen– en omgevormd
- schoeisel met buitenzool van leder en met bovendeel dat bestaat uit lederen riemen over de wreef en om de grote teen
- Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden aangemerkt als „vlechtstoffen”: materialen in een zodanige toestand of vorm, dat zij geschikt zijn om te worden gevlochten, ineengestrengeld of volgens een soortgelijk procedé te worden behandeld. Daaronder worden onder meer begrepen: stro, teen, wilgenrijs, bamboe, rotting, bies, riet, houtrepen, stroken van ander plantaardig materiaal (bijvoorbeeld stroken van bast, smalle bladeren en raffia of andere stroken verkregen van brede bladeren), niet-gesponnen natuurlijke textielvezels, monofilament, alsmede strippen en dergelijke vormen, van kunststof, strippen van papier. Hieronder vallen echter niet: leder of kunstleder in repen, vilt of gebonden textielvlies in stroken, mensenhaar, paardenhaar, voorgesponnen of gesponnen textielmateriaal (lonten, garens, enz.), monofilament, alsmede strippen en dergelijke vormen, bedoeld bij hoofdstuk 54.