Betekenis van:
uitscheiden

uitscheiden
Werkwoord
  • naar buiten afscheiden
"vocht uitscheiden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitscheiden
Werkwoord
  • ''~ met'' ergens mee ophouden
"Gelukkig scheed hij uit met die herrie."
uitscheiden
Werkwoord
  • een stof het lichaam laten verlaten
"Was wordt door bijen uitgescheiden."