Betekenis van:
verbonden
verbonden
Bijvoeglijk naamwoord
- met verband omzwachteld
"zijn enkel was verbonden"
"een verbonden arm"
verbonden
Bijvoeglijk naamwoord
- geallieerd
"de verbonden mogendheden"
"ze zijn door het huwelijk verbonden"
verbond (het ~ | meervoud verbonden)
Zelfstandig naamwoord
- geheel van personen die zich op basis van gemeenschappelijke opvattingen, doelstellingen, activiteiten e.d. verenigd hebben
"het Simplistisch Verbond"
"een verbond van werkgevers"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- De gebeurtenissen waren nauw met elkaar verbonden.
- Verbonden importeur
- aan verbonden en niet-verbonden afnemers
- Verbonden handelaren in Rusland:
- „groep van verbonden cliënten”:
- Niet-verbonden importeurs:
- Niet-verbonden importeur
- verbonden ondernemingen in China
- Verbonden handelaar in Zwitserland
- verbonden importeur in Zwitserland:
- Verbonden handelaar in Zwitserland
- NIET-VERBONDEN IMPORTEURS/HANDELAREN
- Niet-verbonden importeur:
- Verbonden handelaar in Oekraïne
- verbonden handelaar van Eurochem