Betekenis van:
vertrouwen

vertrouwen
Zelfstandig naamwoord
  • het geloof in betrouwbaarheid van een persoon
"Ik heb alle vertrouwen in je."
vertrouwen (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • geloof in betrouwbaarheid
"vertrouwen in [iemand/iets](hebben)"
"iemands vertrouwen genieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

vertrouwen
Zelfstandig naamwoord
  • ideologie die gericht is op gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen en verbruiksgoederen
vertrouwen
Werkwoord
  • geloven in de betrouwbaarheid van een persoon
"Wij zullen je voortaan meer vertrouwen."

Werkwoord