Betekenis van:
vloei

vloei (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vloeipapier
"een pakje shag met vloei"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De oppervlakte van elke vloei moet ten minste 0,15 m2 bedragen.
  2. Vloei- («flow-forming»)draaibanken, forceer- («spin-forming»)draaibanken die vloeidraaifuncties kunnen verrichten, anders dan bedoeld in 2B009 of 2B109, en spillen, als hieronder:
  3. Vloei- («flow-forming»)draaibanken, forceer- («spin-forming»)draaibanken die vloeidraaifuncties kunnen verrichten, anders dan bedoeld in 2B009 of 2B109, en spillen, als hieronder:
  4. Forceer-(«spin-forming») of vloei-(«flow-forming») draaibanken die, volgens de technische specificaties van de fabrikant, kunnen worden uitgerust met "numerieke besturings"-eenheden of computerbesturing, en die de volgende eigenschappen bezitten: