Betekenis van:
voetganger

voetganger (de ~ | meervoud voetgangers)
Zelfstandig naamwoord
  • weggebruiker te voet
"fietsers en voetgangers"

Hyperoniemen

Hyponiemen

voetganger
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
"Er is recentelijk weer een voetganger aangereden."

Voorbeeldzinnen

  1. De aanvrager toont aan dat de inrichtingen bij een botsing met een voetganger of een andere kwetsbare weggebruiker naar behoren zullen werken.
  2. De aanvrager moet aantonen dat de inrichtingen bij een botsing met een voetganger of een andere kwetsbare weggebruiker zullen werken zoals het hoort.
  3. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager van de goedkeuring om aan te tonen dat de inrichtingen bij een botsing met een voetganger naar behoren zullen reageren.