Betekenis van:
waar

waar
Bijwoord
  • ''Betrekkelijk'' op welke plaats
"Dit is het huis waar hij tien jaar gewoond heeft."
waar
Bijwoord
  • ''Vragend'': op welke plaats?
"Waar woont hij?"
waar
Bijwoord
  • waarvoor => '''''waar''' doet zij het '''voor'''''?
waar
Bijwoord
  • bijv. waarachter => Ik opende de deur '''waar''' hij '''achter''' verborgen zat.
waar
Bijwoord
  • waarmaken: ''Hij was niet in staat dat '''''' te maken.''
waar
Voegwoord
  • geeft een gelijktijdigheid en gedeeltelijke tegenspraak aan
"Waar Nederland zich zorgen maakt over Sint-Maarten, rekent het eiland op zijn nieuwe status."
waar
Bijvoeglijk naamwoord
  • echt; bij uitnemendheid; authentiek
"de ware reden/oorzaak/toedracht"
"zijn ware aard/gelaat/gezicht tonen/'laten zien'"

Synoniemen

waar
Bijvoeglijk naamwoord
  • werkelijkheidsgetrouw; met een hoog waarheidsgehalte; naar waarheid
"een waar verhaal"
"toen kwam zijn ware aard (naar) boven"

Synoniemen

waar
Bijvoeglijk naamwoord
  • correct, niet onwaar, overeenkomend met de werkelijkheid
waar
waar
Zelfstandig naamwoord
  • koopwaar, te verhandelen goederen

Werkwoord