Betekenis van:
wateroppervlak
wateroppervlak (het ~ | meervoud wateroppervlakken)
Zelfstandig naamwoord
- waterspiegel
"op het wateroppervlak"
"een glad wateroppervlak"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Minimaal wateroppervlak
- Minimaal wateroppervlak
- een zichtbare film veroorzaken op het wateroppervlak en/of een afzetting op de schelpdieren
- Minimaal extra wateroppervlak per extra dier in het geval van groepshuisvesting (cm2)
- Paarden verkiezen te drinken van een open wateroppervlak en daarmee dient zo mogelijk rekening te worden gehouden.
- Indien mogelijk, moeten de monsters 30 centimeter onder het wateroppervlak en in water met een diepte van minstens 1 meter worden genomen.
- supercaviterende, supergeventileerde, gedeeltelijk onder water werkende («partially submerged») of door het wateroppervlak heen brekende schroeven voor een vermogen van meer dan 7,5 MW;
- Bij leefruimten met postlarvale vissen verdient het in de meeste gevallen de voorkeur het instromende water onder een bepaalde hoek naar het wateroppervlak te richten.
- Het verzadigingspunt kan bijvoorbeeld worden bepaald als het moment waarop geen reiniging meer wordt waargenomen, vuil aan het wateroppervlak gaat drijven, het schuim het water niet meer helemaal bedekt of er geen schuim meer te zien is.
- Kieuwnetten zijn reeksen van enkele, dubbele of driedubbele netwanden, staand, nabij het wateroppervlak, op een bepaalde diepte tussen het oppervlak en de bodem, of op de bodem, waarin vis gevangen, verstrikt of verward geraakt.
- „binnenwater”: een niet van de zee deel uitmakend wateroppervlak geschikt voor bevaring door schepen met een capaciteit van ten minste 50 ton bij normale belading, met inbegrip van zowel bevaarbare rivieren en meren als bevaarbare kanalen;
- Onder deze categorie vallen toepassingen die worden gebruikt om de beweging van modellen te controleren (hoofdzakelijk miniatuurweergaven van voertuigen) in de lucht, aan land of boven of onder het wateroppervlak.”
- Vissersvaartuigen van de Gemeenschap passen methoden voor het uitzetten en ophalen van vistuig toe waarbij de tijd dat het net met slappe mazen op het wateroppervlak ligt, tot een minimum wordt beperkt.
- „De dode hoek voor de boeg van het lege schip met halve voorraden en zonder ballast mag voor de roerganger niet meer zijn dan tweemaal de scheepslengte of 250 m tot het wateroppervlak, al naargelang welke afstand het kortste is.”;
- Retroflecterende voorzieningen die al dan niet deel uitmaken van een licht, worden van alle verwijderbare delen ontdaan en gedurende tien minuten ondergedompeld in water van 50 ± 5 °C, waarbij het hoogste punt van het bovenste deel van het lichtdoorlatende gedeelte zich 20 mm onder het wateroppervlak bevindt.