Betekenis van:
weerspiegelen

weerspiegelen
Werkwoord
  • reflecteren; weerkaatsen
"zich in [het water/ruit] weerspiegelen"
"zijn beeltenis weerspiegelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

weerspiegelen
Werkwoord
  • als beeld terugkaatsen
"Het stille water van het meertje weerspiegelde de besneeuwde bergtoppen."
weerspiegelen
Werkwoord
  • ''overdrachtelijk'': een evenbeeld zijn van iets
"Zijn latere werk weerspiegelde zijn eerdere ervaringen soms ongemerkt."