Betekenis van:
spiegelen

spiegelen
Werkwoord
  • een operatie waarbij de afstand tot een spiegellijn in twee, of een spiegelvlak in drie dimensies in richting omgekeerd wordt
"Deze structuur bevat beide enantiomeren van een molecuul omdat door de symmetrie het ene molecuul gespiegeld wordt in het andere."
spiegelen
Werkwoord
  • ''zich ~ aan'' zich vergelijken met de vermeende omstandigheden van anderen
"Hij spiegelde zich altijd aan de andere jongens in de klas, zonder te zien dat zij ook hun onzekerheden hadden."
spiegelen
Werkwoord
  • reflecteren; weerkaatsen
"de ruit/zonnebril spiegelt"

Synoniemen

Hyperoniemen

spiegelen
Werkwoord
  • het verschuiven van koopwaar naar de voorste rand van een schap om de indruk te wekken dat het schap vol is
spiegelen
Werkwoord
  • een vorm van niet-verbale communicatie waarbij de ene gesprekspartner bewegingen van de ander, zoals het kruisen van de benen navolgt

Werkwoord