Betekenis van:
wees
wees
Werkwoord
- gebiedende wijs van zijn
"Wees lief voor elkaar!"
wees
Zelfstandig naamwoord
- (minderjarige) persoon wiens vader en/of moeder is gestorven
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Wees vrolijk.
- Wees geliefd.
- Wees niet bang.
- Wees aardig voor anderen.
- Wees alsjeblieft beleefd.
- Wees aardig voor anderen.
- Tom is een wees.
- Wees aardig voor anderen.
- Ze wees naar hem.
- Wees stil, allemaal.
- Wees beleefd tegen je ouders.
- Ze wees mijn verzoek af.
- Maak je geen zorgen, wees blij!
- Hij wees mij eerlijk op mijn tekortkomingen.
- Wees alsjeblieft meer voorzichtig in de toekomst.