Betekenis van:
werkgever

werkgever (de ~ | meervoud werkgevers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die werk verschaft
"de Vlaamse vakbonden en werkgevers bereikten daarover gisteren een akkoord"
"werkgevers en werknemers"

Hyperoniemen

Hyponiemen

werkgever
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
"De voetballer wiens contract afloopt heeft nog geen nieuwe werkgever kunnen vinden."

Voorbeeldzinnen

  1. Werkgever
  2. Werkgever
  3. Werkgever of toekomstige werkgever
  4. Werkgever (4)
  5. Aanwijzingen voor de werkgever
  6. VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER
  7. door de werkgever (5)
  8. Verplichtingen van de werkgever
  9. Werkgever en adres en telefoonnummer van de werkgever.
  10. Personeelsnummer gegeven door de werkgever
  11. Naam van de laatste werkgever
  12. Naam van werkgever of firma:
  13. Rechtstreekse (spontane) sollicitatie bij werkgever
  14. is bij bovengenoemde werkgever werkzaam sinds …
  15. Op de werkplek van de werkgever