Betekenis van:
werkgever
werkgever (de ~ | meervoud werkgevers)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die werk verschaft
"de Vlaamse vakbonden en werkgevers bereikten daarover gisteren een akkoord"
"werkgevers en werknemers"
Hyperoniemen
Hyponiemen
werkgever
Zelfstandig naamwoord
- persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
"De voetballer wiens contract afloopt heeft nog geen nieuwe werkgever kunnen vinden."
Voorbeeldzinnen
- Werkgever
- Werkgever
- Werkgever of toekomstige werkgever
- Werkgever (4)
- Aanwijzingen voor de werkgever
- VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER
- door de werkgever (5)
- Verplichtingen van de werkgever
- Werkgever en adres en telefoonnummer van de werkgever.
- Personeelsnummer gegeven door de werkgever
- Naam van de laatste werkgever
- Naam van werkgever of firma:
- Rechtstreekse (spontane) sollicitatie bij werkgever
- is bij bovengenoemde werkgever werkzaam sinds …
- Op de werkplek van de werkgever