Betekenis van:
werkgever

werkgever (de ~ | meervoud werkgevers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die werk verschaft
"de Vlaamse vakbonden en werkgevers bereikten daarover gisteren een akkoord"
"werkgevers en werknemers"

Hyperoniemen

Hyponiemen

werkgever
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
"De voetballer wiens contract afloopt heeft nog geen nieuwe werkgever kunnen vinden."