Betekenis van:
wielen

wiel (het ~ | meervoud wielen)
Zelfstandig naamwoord
  • rond voorwerp dat kan draaien; wiel v.e. voertuig
"het vijfde wiel aan de wagen"
"een bed op wieltjes"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. De zaaier Arepo houdt de wielen bezig
  2. Wielen
  3. Wielen
  4. Gestuurde wielen
  5. stalen wielen
  6. Gietstalen wielen
  7. eendelige wielen
  8. Bestuurde wielen
  9. Zelfsporende wielen zijn geen gestuurde wielen.
  10. Alle wielen mogen gestuurde wielen zijn.
  11. Aantal assen: … en wielen: …
  12. Assen, wielen, banden, vering
  13. Metaalvrije ruimte rondom wielen
  14. Banden en wielen
  15. Impedantie tussen wielen