Betekenis van:
rad

rad
Bijvoeglijk naamwoord
  • vlot, snel
"Mede dankzij zijn radde acties heeft hij haar leven kunnen redden."
rad
Bijvoeglijk naamwoord
  • snel; rap; vlug; vlug; vlug; snel
"rad van tong zijn"

Synoniemen

rad
Bijvoeglijk naamwoord
  • de afkorting voor ''radiaal'', een SI-eenheid voor hoek
rad
Bijvoeglijk naamwoord
  • de afkorting voor ''radiation'', een eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling
rad (het ~ | meervoud raderen, raden)
Zelfstandig naamwoord
  • rond voorwerp dat kan draaien; wiel v.e. voertuig
"het vijfde rad aan de wagen"
"de raderen van een treinstel/fiets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rad (het ~ | meervoud raderen, raden)
Zelfstandig naamwoord
  • wiel dat beweegt tussen assen; wiel met tanden; wiel dat beweegt tussen assen
"we zijn slechts een radertje in het raderwerk van onze maatschappij"
"het rad van een spinnewiel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rad (het ~ | meervoud raderen, raden)
Zelfstandig naamwoord
  • buitenste atmosfeer v.d. zon; krans om een hemellichaam
"een rad om [de zon]"

Synoniemen

Hyperoniemen

rad (narticle ~)
Zelfstandig naamwoord
  • eenheid geabsorbeerde energie

Hyperoniemen

rad
Zelfstandig naamwoord
  • oud strafwerktuig

Hyperoniemen

rad
Zelfstandig naamwoord
  • een wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
rad
Zelfstandig naamwoord
  • een zeer groot verticaal rad met bakjes, als kermisattractie

Synoniemen

Hyperoniemen

rad
Afkorting
  • de afkorting voor ''radiaal'', een SI-eenheid voor hoek
rad
Afkorting
  • de afkorting voor ''radiation'', een eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling