Betekenis van:
wijf

wijf
Zelfstandig naamwoord
  • vrouw (vaak ook pejoratief)
"Wat een lekker wijf!"
wijf (het ~ | meervoud wijven)
Zelfstandig naamwoord
  • vrouw; (vulgair) vrouw; vrouw; (informeel) meid
"(hij is) een oud wijf"
"een gemeen wijf"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

wijf
Zelfstandig naamwoord
  • echtgenote

Voorbeeldzinnen

  1. Wie soeckt Peert of Wijf sonder gebreecken, die magh het werck wel laten steecken en bedencken dat hij bed en stal voor eeuwigh ledigh houden sal.
  2. Wie soeckt Peert of Wijf sonder gebreecken, die magh het werck wel laten steecken en bedencken dat hij bed en stal voor eeuwigh ledigh houden sal.