Betekenis van:
zeker
zeker
Bijvoeglijk naamwoord
- waaraan niet getwijfeld hoeft te worden
"Het voortbestaan ervan werd door deze overwinning een stuk zekerder."
zeker
Bijvoeglijk naamwoord
- ''een ~'' een bepaalde, een of andere
"Hij werd door een zekere ziekte daarvan weerhouden."
zeker
Bijvoeglijk naamwoord
- zonder meer, zonder twijfel
"hij is zeker de dader"
"ergens zeker van zijn"
Synoniemen
zeker
Bijvoeglijk naamwoord
- beschermd tegen gevaar
"op zeker spelen"
Synoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Dat zal ik zeker doen.
- Ga zeker onmiddellijk naar daar.
- Mama zal zeker razend zijn.
- Dit is zeker de beste manier.
- Ge moet zeker tegen zondag klaar zijn.
- Ik weet zeker dat ze snel terugkomt.
- Ik weet zeker dat hij komt.
- Ik weet zeker dat hij naar Tokio is gegaan.
- Maandag is zeker niet mijn favoriete dag in de week.
- Ik weet niet zeker wanneer hij op komt dagen.
- Ik weet zeker dat we veel gemeen hebben.
- Ik ben niet zeker wanneer hij terug zal zijn.
- Mijn vroegere lerares Engels draait zich nu zeker weten om in haar graf.
- Hoe kan je er zeker van zijn dat je vriendin geen orgasme veinst?
- Hij is er zeker van dat hij vroeg of laat president wordt.