Betekenis van:
zitplaats

zitplaats (de ~ | meervoud zitplaatsen)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats om te zitten
"een bus met veertig zitplaatsen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

zitplaats
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats waar men kan zitten
"Dit theater telt driehonderd zitplaatsen."