Betekenis van:
zuinig

zuinig
Bijvoeglijk naamwoord
  • weinig of zo weinig mogelijk gebruikend of uitgevend
"zuinig leven/rijden"
"zuinig zijn op iets"

Synoniemen

zuinig
Bijvoeglijk naamwoord
  • voorzichtig met het uitgeven van geld
"Zuinig autorijden is niet alleen goed voor je portemonnee."
zuinig
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van zaken) weinig verbruikend

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Bijvoorbeeld: sport, zuinig, stadsverkeer, buiten de stad enz.
  2. Indien het voertuig in verschillende hybride standen kan werken (bv. sport, zuinig, stad, buiten de stad enz.), dan wordt de schakelaar ingesteld op de stand waarin het voertuig voor het grootste deel op brandstof werkt (zie punt 3.2.1.3, opmerking 3).
  3. Zuinig en milieuvriendelijk rijden. Hierbij moet worden gelet op het aantal omwentelingen per minuut en het schakelen, remmen en versnellen (alleen categorieën BE, C, CE, C1, C1E, D, DE, D1, D1E);