Betekenis van:
zuurkool

zuurkool (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • ingelegde witte kool
"zuurkool met worst"

Hyperoniemen

zuurkool
Zelfstandig naamwoord
  • fijngesneden en licht gezouten kool die enige tijd gefermenteerd is
"De fazant wordt opgediend met zuurkool, spek en rookworst."

Voorbeeldzinnen

  1. Zuurkool (excl. bereide schotels op basis van groenten; zuurkool, gedroogd, bevroren of verduurzaamd in azijn of azijnzuur)
  2. Wat de faam van de benaming „Choucroute d’Alsace” betreft, hebben de in de registratieaanvraag vermelde bewijzen in hoofdzaak betrekking op bereide zuurkool.