Vertaling van Bedarf

Inhoud:

Duits
Nederlands
Bedarf [m] (der ~), Bedürfnis [o] (das ~), Erfordernis [o] (das ~), Benötiges, Bedarfsartikel, Bedarfsgegenstand {zn.}
nood
behoefte  [v]
benötigen, brauchen, nötig haben, bedürfen, müssen {ww.}
nodig hebben
hoeven 
toe zijn aan
behoeven 

ich bedarf
er/sie/es bedarf

ik hoef
hij/zij/het hoeft
» meer vervoegingen van hoeven

Ich werde Ihre Hilfe benötigen.
Ik zal je hulp nodig hebben.
Sie werden eine provisorische Brücke brauchen.
Je zal een tijdelijke brug nodig hebben.