Vertaling van Geschichte

Inhoud:

Duits
Nederlands
Geschichte [v] (die ~), Historie [v] (die ~), Werdegang [m] (der ~), Erzählung [v] (die ~) {zn.}
verhaal
geschiedenis  [v]
historie [v]
Seine Geschichte war interessant.
Zijn verhaal was interessant.
Ihre Geschichte klingt glaubwürdig.
Zijn verhaal klinkt correct.
Angelegenheit [v] (die ~), Ding [o] (das ~), Sache [v] (die ~), Werk [o] (das ~), Affäre [v] (die ~), Geschichte [v] (die ~), Fall [m] (der ~) {zn.}
zaak 
affaire  [v]
ding  [o]
aangelegenheid  [v]
Fall gelöst!
Zaak opgelost!
Sie werden die Angelegenheit untersuchen.
Zij gaan de zaak onderzoeken.
Erzählung [v] (die ~), Geschichte [v] (die ~) {zn.}
verhaal
vertelsel
relaas
vertelling [v]
Seine Geschichte ist wahr.
Zijn verhaal is waar.
Erzähl mir die Geschichte.
Vertel me het verhaal.

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Gibt es objektive Geschichte?

Bestaat objectieve geschiedenis?

Seine Geschichte war interessant.

Zijn verhaal was interessant.

Ihre Geschichte klingt glaubwürdig.

Zijn verhaal klinkt correct.

Seine Geschichte ist wahr.

Zijn verhaal is waar.

Erzähl mir die Geschichte.

Vertel me het verhaal.

War ihre Geschichte wahr?

Was haar verhaal waar?

Seine Geschichte klingt seltsam.

Zijn verhaal klinkt raar.

Was für eine seltsame Geschichte!

Wat een raar verhaal!

Das ist eine wahre Geschichte.

Het is een waargebeurd verhaal.

Er hat diese Geschichte erfunden.

Hij verzon dat verhaal.

Das ist das Ende meiner Geschichte.

Dit is het eind van mijn verhaal.

Gestern habe ich eine interessante Geschichte gelesen.

Gisteren las ik een interessant verhaal.

Ich denke, die Geschichte ist wahr.

Ik denk dat het verhaal waar is.

Er erzählte seinem Bruder die Geschichte.

Hij vertelde het verhaal aan zijn broer.

Ich werde dir meine Geschichte erzählen.

Ik zal jou mijn verhaal vertellen.


Gerelateerd aan Geschichte

Historie - Werdegang - Erzählung - Angelegenheit - Ding - Sache - Werk - Affäre - Fall