Vertaling van Gewalt

Inhoud:

Duits
Nederlands
Gewalt [v] (die ~), Gewaltanwendung [v] (die ~), Vergewaltigung [v] (die ~) {zn.}
geweld 
kraak
geweldpleging [v]
Wir mögen keine Gewalt.
We houden niet van geweld.
Wir können Gewalt nicht leiden.
We houden niet van geweld.
Gewalt [v] (die ~), Kraft [v] (die ~), Stärke [v] (die ~) {zn.}
macht
sterkte
kracht 
Gewalt [v] (die ~), Macht [v] (die ~), Potenz [v] (die ~) {zn.}
macht
mogendheid [v]
heerschappij [v]
Macht und Geld gehen Hand in Hand.
Macht en geld zijn onafscheidelijk.
Der König hat seine Macht missbraucht.
De koning maakte misbruik van zijn macht.
Stärke [v] (die ~), Kraft [v] (die ~), Gewalt [v] (die ~), Heftigkeit [v] (die ~) {zn.}
sterkte
Autorität [v] (die ~), Gewalt [v] (die ~), Macht [v] (die ~), Ansehen [o] (das ~), Einfluß [m] (der ~), Gewicht [o] (das ~), Herrschaft [v] (die ~), Machtbefugnis {zn.}
gezag 
autoriteit  [v]
Fähigkeit [v] (die ~), Gewalt [v] (die ~), Können [o] (das ~), Kraft [v] (die ~), Macht [v] (die ~), Vermögen [o] (das ~) {zn.}
macht
vermogen