Vertaling van Macht
mogendheid
heerschappij
vermogen
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het maakt
jullie maken
» meer vervoegingen van maken
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het doet
jullie doen
» meer vervoegingen van doen
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het doet
jullie doen
» meer vervoegingen van doen
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het regelt
jullie regelen
» meer vervoegingen van regelen
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het maakt
jullie maken
» meer vervoegingen van maken
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het geeft
jullie geven
» meer vervoegingen van geven
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het doet
jullie doen
» meer vervoegingen van doen
er/sie/es macht
ihr macht
hij/zij/het treedt op
jullie treden op
» meer vervoegingen van optreden
Voorbeelden in zinsverband
Reiten macht viel Spaß.
Paardrijden is erg leuk.
Was macht er?
Wat is hij aan het doen?
Baseball spielen macht Spaß.
Het is leuk om honkbal te spelen.
Baseball spielen macht Spaß.
Het is leuk om honkbal te spelen.
Er macht das Fenster auf.
Hij doet het raam open.
Scotts Schwester macht gerne Sashimi.
Scott's zus maakt graag sashimi.
Sie macht das Fenster auf.
Zij doet het raam open.
Dieser Artikel macht Vegetarier lächerlich.
Dat artikel steekt de draak met vegetariërs.
Eine Schwalbe macht noch keinen Sommer.
Eén zwaluw maakt nog geen zomer.
Eine Fremdsprache zu lernen macht Spaß.
Het is leuk om een vreemde taal te leren.
Maria glaubt an die Macht der Liebe.
Mary gelooft in de kracht van de liefde.
Dein Lächeln macht mich immer glücklich.
Jouw glimlach maakt me altijd blij.
Der König hat seine Macht missbraucht.
De koning maakte misbruik van zijn macht.
Das Heimweh macht Tom schwer zu schaffen.
Tom heeft heimwee.
Mir macht es nichts aus, im Regen spazieren zu gehen.
Het maakt me niet uit om in de regelen te wandelen.