Vertaling van agieren
Inhoud:
Duits
Nederlands
agieren, handeln, verfahren, vorgehen, wirken, tätig sein, machen, sich verhalten, einwirken {ww.}
wir agieren
sie agieren
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
Was muss ich machen?
Wat moet ik doen?
Was werden Sie heute Abend machen?
Wat ga je vanavond doen?
agieren, handeln, verfahren, vorgehen, wirken, tätig sein, machen, sich verhalten, einwirken {ww.}
wir agieren
sie agieren
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
Wir müssen speditiv handeln.
We moeten snel handelen.
Warum muss ich das machen?
Waarom moet ik dat doen?